‘Van praatclub naar actieclub’

Geen rem, maar juist een impuls voor ontwikkeling van warmte als energiebron. Dat verwacht de Zuid-Hollandse gedeputeerde Govert Veldhuijzen (CDA) van de recente Statenverkiezingen. De gehele politiek ziet immers noodzaak van energiebesparing. Nu nog het publiek en een aantal grote bedrijven.

Al enkele jaren geleden rees bij de provincie Zuid-Holland het besef dat gebruik van warmte belangrijk wordt. Omdat het nodig is: Nederland wil in 2020 veertien procent van zijn energie uit duurzame bronnen halen. En omdat het handig is. “We hebben hier de unieke situatie dat veel leveranciers en afnemers van warmte vlak bij elkaar zitten,” vertelt de gedeputeerde. “Nu lozen we waardevolle restwarmte in de Nieuwe Waterweg.”

Regisseur ruimtelijke ordening
Om die restwarmte te benutten, was de provincie nauw betrokken bij de oprichting van het Programmabureau Warmte Koude Zuid-Holland, in 2013. Hier praat ze met 26 andere (publieke en private) partijen over de aanleg van een groot netwerk voor warmtetransport, de ‘warmterotonde.’ De provincie is een logische deelnemer: ze is regisseur bij bovenlokale ruimtelijkeordeningsplannen en bundelt provinciale belangen.

“Honderd jaar geleden legde de overheid ook telefoonkabels, omdat ze een nutsfunctie dienden. Hetzelfde kan misschien ook gelden voor pijpen voor warmtetransport,” legt de gedeputeerde uit. “Doordat kolen- en gascentrales geleidelijk sluiten, zal in de toekomst de hoeveelheid restwarmte afnemen. Dan wordt aardwarmte belangrijk. Daarvan hebben we veel in de Zuid-Hollandse bodem. Er bestaan al buurtinitiatieven. Die zijn alleen nog niet met elkaar verbonden. Als een warmteput verstopt raakt, zit de buurt zonder warmte. Door alle putten te verbinden, spreid je dit risico. Ook hierin kan de provincie een belangrijke rol.”

Om bijvoorbeeld de Europese Investeringsbank te interesseren voor financiering van zo’n grote operatie bijvoorbeeld de Europese Investeringsbank te interesseren is het bovendien belangrijk dat al die afzonderlijke initiatieven worden gebundeld. En ook hierin is betrokkenheid van de provincie van belang.

Concrete acties
Alle partijen in Provinciale Staten van Zuid-Holland zien nut en noodzaak van warmte. Het nieuwe college van Gedeputeerden Staten zal dadelijk meters moeten maken, vindt Veldhuijzen. “Dankzij de maatschappelijke kosten-batenanalyse die het Programmabureau liet doen, weten we dat warmtegebruik wérkt; nu moet het Programmabureau concrete acties voorbereiden. Eén daarvan is de aanleg van een pijpleiding van de Rotterdamse haven door het Westland naar Den Haag.”

Ook moet het Programmabureau het belang van warmte verder zien te verspreiden, meent de gedeputeerde. Onder burgers bijvoorbeeld. Die associëren warmte soms nog met problemen rond de oude stadsverwarming. Maar ook onder grote leveranciers van warmte, zoals Shell. “Die moeten we verleiden mee te doen. Ze voldoen aan de Europese CO2-emmissienormen en hoeven niet te betalen voor het lozen van restwarmte. Voor hun is het opvangen van restwarmte ‘gedoe’, terwijl de prijsconcurrentie hard is.”

Toch gelooft gedeputeerde Veldhuijzen dat bedrijven ook in toenemende mate duurzaamheid als eigen doelstelling zien, omdat klanten dat steeds meer vragen. Een voorbeeld is Heineken in Zoeterwoude. Het bierbedrijf wil honderd procent CO2-neutraal worden en zoekt de samenwerking met boeren uit de omgeving die biogas kunnen leveren.

Regelgeving en plannen
Volgens Veldhuijzen komt de volgende collegeperiode warmte nog vaker voorbij in discussies én in plannen. Zeker nu de gaswinning in Groningen minder wordt en de politieke spanning met gasgrootmacht Rusland toeneemt. “Ons warmtenet vermindert fors de behoefte aan gas. Er moet snel regelgeving komen voor aanbieders en afnemers van warmte via het net.”