‘Nú een tandje erbij voor een warmtenet in 2017’

Als tuinders in 2017 geen restwarmte geleverd kunnen krijgen, investeren ze weer in gas. Zo vreest voorzitter Nico van Ruiten van LTO Glaskracht. Gezamenlijke lobby vanuit het Programmabureau Warmte Koude Zuid-Holland is nodig voor extra tempo achter een warmtenet.

De Nederlandse glastuinbouw is een belangrijke exporteur. En een grote energiegebruiker: 3,5 miljard kuub gas per jaar. “Tien jaar geleden was dat nog vier miljard”, merkt Nico op. De afname is te danken aan besparings- en efficiencymaatregelen die de sector nam. Maar het moet verder omlaag.“De gasprijs zal stijgen door verminderde winning in Groningen, afname van de voorraden en door geopolitieke spanningen. We zoeken alternatieven voor fossiele brandstoffen.”

Tuinders als energiemanagers
Restwarmte is zo’n alternatief. Nico: “Enorme hoeveelheden warmte uit de Rotterdamse haven worden nu nog verspild. Tuinders zijn in feite nu al energiemanagers en zouden warmte kunnen gebruiken en opslaan. In het Westland liggen inmiddels twee putten voor aardwarmte en zijn er concrete plannen voor nog minimaal drie putten. Die halen op 2,5 kilometer diepte warmte van tachtig graden naar boven.”
Voorwaarde voor tuinders om over te kunnen stappen op warmte, is een systeem voor transport van de Rotterdamse haven naar het Westland en naar Den Haag. Dat stelsel moet tevens CO2 kunnen leveren, die tuinders ook nodig hebben voor de plantengroei. Maar het zou er wel al over twee jaar moeten liggen. Dan zijn de huidige installaties voor gasgestookte warmtekrachtkoppeling (wkk) van tuinders verouderd en moeten ze afwegen: “Kunnen we overgaan op restwarmte of moeten we onze wkk-installatie reviseren of vervangen?”

Zekerheid in leverantie en financiering
Moeten tuinders dadelijk toch weer terugvallen op wkk-installaties, dan is dat een grote gemiste kans, meent Nico. “De markt vráágt duurzaam geteelde producten. Maar ook is warmte economisch voor ons interessanter dan gas.” Niet alleen is een netwerk nodig; óók zekerheid voor financiering van aanleg van een netwerk en een goede afstemming van vraag en aanbod.

Om deze situatie te bereiken is bundeling van krachten cruciaal, zoals nu via het Programmabureau Koude Warmte Zuid-Holland, zo meent Nico. “In dit platform praten allerlei partijen met elkaar; aanbieders, verspreiders, afnemers. Zo’n samenwerking trekt financiers en overheden over de streep.”

Warmte hoger op de agenda
Nico kan de vruchten van één jaar samenwerking in het Programmabureau al plukken. “We hebben de kosten en baten in kaart gebracht, plannen gemaakt en warmte veel hoger op de agenda gekregen. Enkele jaren geleden ging de discussie alleen over duurzame elektriciteit, zoals windmolenparken. Nu wordt in gesprekken met overheden verwezen naar warmteprojecten zowel in Zuid Holland als in de regio Arnhem-Nijmegen en Noord-Holland.”

Wil het warmtenet op tijd er liggen, moet er komende tijd een tandje bij, vindt Nico. Daarvoor moet het gevoel van urgentie zich verspreiden. “Het Programmabureau moet zich in blijven zetten voor een beter imago. Dat kan met communicatie op internet, radio, krant en televisie. Mensen denken nog steeds dat warmte geen flexibel systeem is, waar ze te maken krijgen met een monopolist en er geen keuzevrijheid is. Dat zijn verouderde beelden.”

Wanneer ook burgers naar warmte gaan vragen, stimuleert dat overheden extra om te investeren in aanleg van een netwerk voor restwarmte en geothermie. Zo redeneert Nico. Dan is 2017 wél te halen. Ook komt de realisatie van onze afspraken in het SER-Energieakkoord in 2020 dan dichterbij.